Lisolo na Bisu

«Onze geschiedenis»
De Congolese soldaat van de Openbare Weermacht
1885-1960

Previous Image Play/Pause Next Image
Previous Image Play/Pause Next Image

De geschiedenis van de Openbare Weermacht, met zijn Europese officieren en onderofficieren, werd door talrijke auteurs beschreven en bestudeerd; de Congolese soldaat belandde echter steeds in een soort vergeethoekje. Enkel een paar zeldzame colloquia of universitaire studies, evenals een tentoonstelling in het Koninklijk Legermuseum in 1985, haalden hem heel even voor het voetlicht. Een recente publicatie van de Koninklijke Vereniging van de Vrienden van het Legermuseum in Brussel, het nummer van Militaria Belgica uit 2007-2008, wist dit euvel uiteindelijk te verhelpen en richtte de schijnwerpers meteen ook op de rijkdom van de openbare en privécollecties. De uitgave effende eveneens het pad voor deze tentoonstelling.

Vòòr de oprichting van de Openbare Weermacht komen de allereerste soldaten in Congo uit Zanzibar. Ze vergezellen ontdekkingsreiziger H.M. Stanley toen die door de Studiecommissie voor Boven-Congo in 1879 naar het gebied wordt uitgezonden. Nadien schuimen de rekruteringsofficiers van de koning de volledige Afrikaanse kust af en ze werven de zogenaamde “vrijwilligers van de kust” aan. In 1884, wanneer Koning Leopold II zijn instructies aan de vervanger van Stanley, Gordon Pacha, geeft, dringt hij erop aan om “onze Haoessa’s en onze Zanzibari te verminderen en ze door een inheemse macht te vervangen”.

 De term “Force publique” verschijnt voor het eerst in een koninklijk decreet van 30 oktober 1885, dat een centraal beleid uitstippelt. Het decreet van 5 augustus 1888 beschrijft de officiële organisatie van deze “Openbare Weermacht”. De Weermacht vervult een rijkswachtrol, dient de ontdekkingsreizen te ondersteunen, het grondgebied effectief te bezetten en de orde te handhaven. De Openbare Weermacht wordt op die wijze een unicum in Centraal-Afrika, want het gaat hier om de moderne inheemse strijdmacht van een onafhankelijke staat die pas in 1908 een Belgische kolonie zou worden.

De rijkswacht die de Openbare Weermacht aanvankelijk is, evolueert in 1914-1918 en in 1940-1945 naar een echt leger dat actief aan de twee grote wereldconflicten deelneemt. De Congolezen strijden in naam van een verre metropool die door de vijand wordt bezet aan de zijde van de Geallieerden, eerst tegen het Duitse Keizerrijk en vervolgens tegen het nazisme en het fascisme. De manschappen die de militaire geschiedenis van Congo mee opbouwen, doorkruisen het volledige Afrikaanse continent, van Tanzania, Kameroen of Zambia tot Ethiopië, Somalië, Madagaskar, Nigeria of Egypte en zelfs verder naar Palestina, India en Birma. De klimaatverschillen, de materiële moeilijkheden van het transport en op de slagvelden, de wisselvalligheden van het dagelijkse leven roepen stap voor stap een collectief bewustzijn in het leven en leggen de grondslag voor een nationale identiteit.

De Congolese soldaat mag dan wel lange tijd door de geschiedenis zijn vergeten, toch is hij het paradepaardje van een actieve koloniale propaganda. Reeds in 1897 worden in Tervuren, ter gelegenheid van één van de grote koloniale tentoonstellingen, een Congolees dorp en kamp aan het publiek voorgesteld. Het klimaat en de erbarmelijke leefomstandigheden kosten echter aan verschillende Congolezen het leven. De wereldtentoonstelling in Gent in 1913 stelt het Panorama van Congo voor en ook daar duikt het koloniale leger op. Later – en bij verschillende gelegenheden – worden de Congolese soldaten voor representatiemissies naar Europa gestuurd. In 1917 vergezelt een detachement generaal Tombeur (de overwinnaar in Tabora) naar Frankrijk. In 1930 boeken een detachement en een militaire muziekkapel heel wat succes tijdens de plechtigheden ter gelegenheid van het Belgische eeuwfeest. In de loop van de jaren ’50 nemen verschillende detachementen deel aan de ceremoniën van 21 juli, 11 november of de Koloniale Dagen. Tijdens de Wereldtentoonstelling in Brussel verblijven twintig militaire politiemannen permanent in het Congolese paviljoen. Een muziekkapel en een detachement zijn dan eveneens van de partij.

Elke reis - binnen Afrika of in een ander werelddeel – brengt de soldaat in aanraking met een kosmopoliet universum, waar zijn sociale zekerheden onderuit worden gehaald en waar hij met nieuwe realiteiten wordt geconfronteerd. Meteen de gelegenheid om nieuwe ideeën en zienswijzen mee naar Congo terug te brengen. De soldaat die naar zijn dorp terugkeert, heeft geen uitstaans meer de soldaat die uit dat dorp was vertrokken. Vragen worden onvermijdelijk gesteld en deze zullen de weg naar de onafhankelijkheid vrijmaken.

De tentoonstelling geeft de bezoeker dus niet enkel de kans om met de lotgevallen van de Congolese soldaat in Congo of in het buitenland kennis te maken, maar toont ook – en misschien vooral – zijn dagelijkse historie.

Philippe Jacquij, Pierre Lierneux en Natasja Peeters,
Commissarissen van de tentoonstelling

De uitgever

Het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel ( http://www.klm-mra.be)

Het boek is gebonden in hard cover in kleur. Formaat: 24,5 x 28 cm, 211 pagina’s

ISBN : 2-87051-049-7
Wettelijk Depot : 2010/2010/0935/4
Prijs: € 30,-- exclusief verpakking en porto.

Bestellen ?

Per gewone post geadresseerd aan het Koninklijk Legermuseum t.a.v. dhr. P. Van Nieuwenborgh, Jubelpark 3 1000 Brussel, per e-mail infocom@klm-mra.be of per fax +32 (0)2 737 78 02.