Een uitzonderlijke aanwinst voor het War Heritage Institute

Kort na zijn oprichting heeft het War Heritage Institute tijdens een verkoop in het Dorotheum (het beroemde Weense veilinghuis, tevens het oudste ter wereld, gesticht in 1707) voor de som van 10.000 € een uitzonderlijk geheel aangekocht. Een koopje, gelet op de onschatbare waarde van de objecten. Het gaat om een volledige uitrusting voor een infanterist van de Oostenrijkse lijnregimenten (ca. 1780-1794). De tenue komt overeen met die gedragen door de Belgen van de zogenaamde nationale regimenten in dienst van het “K. Und K. Armee” van Jozef II, Leopold II of Frans II.

Het geheel bestaat uit: een hoofddeksel (Kaskett), een drinkbus met drager, een stok, een sabel-bajonetdrager, een briquet sabel met bajonet,een patroontas met drager en een ransel.

De aankoop getuigt van het belang dat het War Heritage Institute aan het uitbreiden van de collecties hecht, een opdracht die trouwens tot zijn kerntaken behoort, zoals u het in zijn mission statement zal kunnen lezen.

Deze mooie gravure van R. Von Ottenfeld toont het verworven materiaal, een uitrusting gedragen door een soldaat van de “nationale” regimenten. In dit bepaalde geval zou het gaan om een regiment van de prins de Ligne, van het keizerlijke leger ten tijde van Jozef II (1780-1790) of van zijn broers Leopold II of Frans II, tot in 1798.

In de 18e eeuw gingen de Zuidelijke Nederlanden van de Spaanse Bourbons naar de Oostenrijkse Habsburgers over. Door het Barrièretraktaat in 1715 konden ongeveer 12.000 Brits-Hollandse soldaten verschillende vestingen langs de grens met Frankrijk betrekken, om dat land te bewaken. Het verdrag verplichtte de Germaanse keizer Karel VI ook 18.000 manschappen in de Nederlanden onder de wapens te houden, met infanterie als hoofdbestanddeel. De strijdmacht bestond uit zes Duitse regimenten en drie “nationale regimenten”, d.w.z. regimenten die ter plaatse werden gelicht en de naam van hun kolonel-eigenaar droegen. Hun aantal werd eerst naar vier en later naar vijf regimenten opgetrokken en deze laatste waren in onze contreien gelegerd. Hun bataljons dienden de keizer in de verste uithoeken van Europa, tegen de Pruisen, de Russen en de Ottomanen. Ze verdedigden ook nog de landsgrenzen tegen de Franse revolutionaire legers. De rekrutering werd na de aanhechting aan Frankrijk stilaan stilgelegd.

Het silhouet van de soldaat was sober en uniform: sinds het einde van de Zevenjarige Oorlog oogde hij met zijn korte jas en zijn lederen hoofddeksel (“Kaskett”) zeer modern. De zestig patronen in zijn patroontas waarborgden een goede vuurautonomie.

Het geheel dat door de instelling werd aangekocht, is bijzonder zeldzaam en zal op spectaculaire wijze de militaire geschiedenis van de 18e eeuw kunnen vertellen.